Ontwikkelings Gericht Onderwijs (OGO)

In de onderbouw werken we vanuit het principe van Ontwikkelings Gericht Onderwijs. Waar staat dat voor?

Bij OGO staat de brede persoonsontwikkeling van leerlingen centraal. Deze brede ontwikkeling omvat alle intelligenties. Daarbij is het de gedachte dat de leerkracht in het contact met de kinderen niet enkel specifieke kennis en vaardigheden overdraagt, maar dat de ontwikkeling van de leerling daarnaast ook beïnvloedt wordt door de context en de cultuur.

Een ander principe is dat het kind ontwikkelbaar is. De ontwikkeling van een kind is te beïnvloeden, het is dus geen vaststaand proces. Betekenisvolle activiteiten en inhouden leveren een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkelings- en leerprocessen. Er is onderscheid tussen ontwikkeling en leren: ontwikkeling is een veelomvattend proces, leren wordt toegepast bij overzichtelijke processen. OGO hecht grote waarde aan reflecteren en observeren.

Werken met thema’s

Ontwikkelingsgericht onderwijs werkt met thema’s. Een thema duurt circa vier tot zes weken. Het is daarom noodzakelijk dat je verschillende kanten op kan met een thema. Natuurlijk is het van groot belang dat de kinderen het thema interessant vinden. Vaak komt er in de klas een onderwerp naar voren, waar de kinderen meer over willen weten. Dat werkt de leerkracht dan uit tot een thema. Bij het thematiseren verbindt de leerkracht zijn bedoelingen met de betekenissen van kinderen. Thematiseren vraagt om voorbereiding, oefening, observatie, reflectie, in elke fase van het thema.

Activiteiten

Ontwikkelingsgericht onderwijs maakt onderscheid tussen vijf kernactiviteiten, die de basis leggen voor verdere leerprocessen.

Die activiteiten zijn:

  • Bij OGO is de leerkracht meer dan een aanmoediger, die buiten spel blijft staan. Hij/zij is ook deelnemer aan de activiteiten. De grondgedachte hierachter is dat ontwikkeling berust op begeleide deelname aan betekenisvolle activiteiten.
  • De leerkracht heeft een stuwende rol en is steeds op zoek naar kansen om de activiteit te verdiepen en te verbreden. Oog voor de inhoud en uitvoering van de activiteit is onmisbaar.

De gulden middenweg

Ontwikkelingsgericht onderwijs verbindt een leerlinggerichte pedagogiek met een activerende didactiek. Het staat tussen methodegerichtheid en leerlinggerichtheid, waarbij van beide aanpakken de goede kanten gebruikt worden. Tegelijkertijd vermijdt OGO de valkuilen van beide aanpakken. Het gevaar aan methodegerichtheid is dat de leerlingen ondergeschikt worden aan de methode. En bij een te sterke leerlinggerichtheid is het gevaar dat de leerkracht te afwachtend is om te zien wat de leerling al kan. OGO is dus de gulden middenweg.